De naamloze reiziger uit Donau, het boek van de uit Triëst afkomstige germanist Claudio Magris, zit op een dag in een Hongaarse kroeg waar je, zo heeft hij bij de schrijver Kálmán Mikszáth gelezen, ‘de smakelijkste vissoep’ ter wereld kunt eten. Met een knipoog naar de Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper merkt de protagonist op: ‘Maar de literatuur behoort kennelijk niet tot de wetenschappen die vervalst kunnen worden, de echte wetenschappen.’