Ontdekt door Herbert von Karajan, bewonderd door David Bowie
De Nederlandse bariton en pianist Thomas Oliemans sprak onlangs in het programma Diskotabel op NPO Klassiek over de dictie in de zang van Gundula Janowitz. Aan de hand van een opname van ‘Beim Schlafengehen’ uit Richard Strauss’ Vier letzte Lieder liet Oliemans horen hoe geniaal deze Oostenrijkse sopraan dat onderdeel van de zangkunst beheerste. Gundula Janowitz werd op jonge leeftijd ontdekt door Herbert von Karajan en heeft haar hele leven bewonderaars gehad, onder wie David Bowie. En de gevangenen in de fictieve Shawshank State Prison en de kijkers naar de film The Shawshank Redemption zullen de stem van Janowitz nooit vergeten.

Een paar jaar geleden had ik een interview met ‘de stem van de eeuw’, zoals een van bijnamen van de toen net met pensioen gegane wereldberoemde sopraan luidde. Een verslag van dat interview en bijzondere ontmoeting met wat aanvullingen kunt u HIER lezen.
Martin W. Duyzings: van gevierd verslaggever tot ambassadeur van apartheid
Op een dag in 2013 werd ik benaderd door de oud-hoogleraar Egid Niël (1932), die zich na zijn emeritaat onder andere inzet om het muzikale erfgoed van zijn vader Math Niël (1909-1970) levend te houden. Hij schreef over zijn vader het boek High in the Sky. Een hommage aan het leven van de Maastrichtse pianist Math Niël en zijn muzikale familie. Egid had mij gevraagd voor de eindredactie van dit boek. Een heerlijke opdracht. Math Niël was een veelzijdig pianist, entertainer en componist geweest, die klassieke pianoconcerten verzorgde, vóór de oorlog de jazzmuziek in Zuid-Nederland introduceerde met zijn ‘Hot Players’ en nu nog altijd in Limburg gezongen geestige carnavalsschlagers schreef. Tijdens een reis door de Verenigde Staten in 1948 had hij persoonlijke ontmoetingen met grootheden als Count Basie, Duke Ellington, Gene Krupa, Jo Stafford en Marian Andersen.

Operette
In het boek maakte Egid ook gewag van een nooit opgevoerde operette, Donna Marguerita, waarvoor Math Niël de muziek schreef op een libretto van de Valkenburgse journalist Martin W. Duyzings (1916-1996). In 1948 werkten de mannen er dag en nacht aan, maar ze slaagden er niet in een goede impresario te vinden om het stuk op de planken te brengen – ze mikten op niet minder dan het Amsterdamse Carré. De teksten (op een koffertypemachine geschreven) en de Spaans geïnspireerde muziek lagen jarenlang te verstoffen op zolder bij Egid. Die besloot in 2016 tot een restauratie van de operette, waarbij ik de taak kreeg de tekst naar deze tijd te hertalen. Egid slaagde er ten slotte in de wereldpremière van Donna Marguerita op de planken te krijgen in de Maastrichtse Bonbonnière. Aan de vooravond van de première van Donna Marguerita ging Egid (‘every other inch a gentleman’) naar het graf van Martin W. Duyzings in Vijlen om daar een bloemetje neer te leggen.
Tijdens dat restauratieproces groeide mijn nieuwsgierigheid naar wie Martin W. Duyzings was – ik kende hem tot dan niet –, en daarbij viel ik van de ene verbazing in de andere. De geboren Valkenburger begon zijn journalistieke loopbaan bij de Limburger Koerier als sportredacteur. Daarna volgden onder meer reportages voor diverse sportbladen en De Maasbode, en tussendoor schreef hij een aantal boeken over de bevrijding van Zuid-Limburg in 1944 en de maffia. Vooral wielrennen had zijn hart gestolen. Talloze malen deed hij verslag van de Vuelta in fanquistisch Spanje en de Tour de France. De oplagen van de nationale kranten die zijn verhalen afdrukten, schoten dan omhoog.

‘Grote reportages’
In de loop der jaren ontwikkelde Duyzings zich tot een ‘razende reporter’, die over de hele wereld zwierf. Hij schreef honderden ‘grote reportages’ over zijn reizen naar oorlogsgebieden en landen als Cuba, Vietnam, Algerije, Indonesië, Biafra, Congo, Jordanië, Oeganda, de internationale wapenhandel, oud-nazi’s en nog actieve maffiosi. Duyzings was in zijn element als hij met bijvoorbeeld de gebroeders Fidel en Raúl Castro en Che Guevara in de Havanese nachtclub Tropicana kon zitten drinken (‘El Líder Maximo schoof een stukje bloot opzij en sprak mat maar vriendelijk: “Holanda! Een mooi land met een smerig verleden”’). Of als hij kon toekijken hoe Idi Amin als ordebewaker in de lounge van een koloniaal hotel te werk ging (‘Het ontbrak de voormalige kampioen zwaargewicht nog steeds niet aan een droge punch en een mikvast oog’) en als hij ayatollah Khomeiny kon interviewen van wie in het Westen nog bijna niemand had gehoord (‘In het echt vielen zulke mensen altijd tegen’).

In dienst van apartheid
Aan het einde van zijn carrière was Duyzings kortstondig hoofdredacteur van Elzeviers Magazine, maar voor zo’n functie was hij niet in de wieg gelegd en nog altijd veel te ongedurig. Hij werd gepolst door de uit Vaals afkomstige boerenzoon Hubert G. Jussen, die voorheen topfuncties had bekleed in de directies van De Telegraaf, VNU en Elsevier, om te komen meewerken aan een ‘Zuid-Afrikaanse Elsevier’. Dat moest een Engelstalig nieuwsmagazine worden dat tegengas diende te gaan bieden aan de Engelstalige pers in Zuid-Afrika, die uitgesproken anti-apartheid was.
Via een medewerker van de Zuid-Afrikaanse ambassade, Edschel Rhoodie, kwamen Duyzings en Jussen in de tweede helft van de jaren 1970 met het Zuid-Afrikaanse weekblad To the Point, met Duyzings als hoofdredacteur. Later kwam daar nog dagblad The Citizen bij. Een commercieel succes werden beide publicaties nooit. Jussen beweerde bij hoog en bij laag dat het onafhankelijke bladen waren, maar, naar later uitlekte, werd het magazine To the Point, evenals The Citizen, royaal en heimelijk gesponsord door de Zuid-Afrikaanse veiligheidsdienst BOSS. Van onafhankelijkheid was geen sprake, de publicaties waren propaganda voor het apartheidsregime.
In conservatieve kringen en binnen de regerende Nationale Partij ging het schandaal, dat bekend zou worden als ‘Muldergate’, niet zozeer over de illegale propagandapraktijken van Rhoodie, Jussen en Duyzings als wel over het misbruik van belastinggelden, uitgegeven zonder medeweten van het parlement. Het schandaal ‘Muldergate’ kostte ten slotte de kop van de Zuid-Afrikaanse minister van Voorlichting Connie Mulder en minister-president John Vorster, die beiden moesten aftreden.
Muldergate veranderde de Zuid-Afrikaanse politiek voorgoed. Tot dan hadden veel blanke Zuid-Afrikanen hun politiek leiders beschouwd als rechtlijnige, godvrezende calvinisten, die hun inspiratie uit de Bijbel haalden. Maar die hadden zich nu ontpopt als oplichters, sjoemelaars en leugenaars.
Duyzings en Jussen pakten hun biezen en vertrokken naar de Côte d’Azur.

In 1990 verschenen de memoires van Martin W. Duyzings onder de titel Een krat vol dode ratten. In vijf werelddelen achter de coulissen van de grote reportage. Heel opmerkelijk: in de 268 pagina’s wordt met geen woord gerept over het Zuid-Afrikaanse avontuur, dat Duyzings in ieder geval voldoende middelen heeft verschaft om in Zuid-Frankrijk te gaan wonen en zich ‘financieel onafhankelijk’ te kunnen noemen.
Aanvankelijk wilde ik een biografisch portret schrijven over Martin W. Duyzings, maar na een goed gesprek met Bas Kromhout, Zuid-Afrika-specialist en hoofdredacteur van Historisch Nieuwsblad, leek het ons beter de focus op Muldergate te verleggen.
Dat verhaal, achter de betaalmuur, kun je lezen door HIER te klikken.
Lída Baarová: de Tsjechische maîtresse van Joseph Goebbels
De Tsjechische Ludmila Babková (1914-2000) dankte haar naamsbekendheid als Lída Baarová aan rollen in Duitse Ufa-films. Ze is echter vooral bekend/berucht geworden als de minnares van Rijkspropagandaminister Joseph Goebbels. De ‘Bock von Babelsberg’, zoals een van Goebbels’ bijnamen luidde, was zo gek van haar dat hij haar voorstelde van zijn vrouw Magda te scheiden, naar Japan te verhuizen en als stropdassenverkoper zijn brood te verdienen of desnoods naar een eiland in de Stille Zuidzee te verhuizen en daar als Adam en Eva te leven.
Het zou slecht aflopen met La Baarová, in tegenstelling tot haar bekendere Duitse tegenspelers als Gustav Fröhlich en Hans Albers, die na de Tweede Wereldoorlog zonder veel problemen hun loopbaan in de film- en theaterwereld konden voortzetten. Hitler eiste dat Goebbels een einde aan de affaire maakte: dat Goebbels het met nota bene een Tsjechische deed, aan de vooravond van de annexatie van het Tsjechoslowaakse Sudetenland, vond de Führer onverteerbaar. La Baarová werd kaltgestellt, werd met eieren bekogeld en als ‘Ministerhure’ uitgescholden. ‘Geen van mijn films is zo dramatisch geweest als mijn leven. Ik had een grotere ster kunnen zijn dan Marlene Dietrich.’

Lees HIER in het meinummer van Historisch Nieuwsblad mijn verhaal over de bitterzoete tranen van Lída Baarová.
Jørgen Jørgensen: koning van IJsland en convict in Tasmanië, allemaal in één leven
Dit is het verhaal over het wonderbaarlijke en avontuurlijke leven van de Deense klokkenmakerszoon Jørgen Jørgensen (1780-1841) die tijdens de hondsdagen van 1809 koning van IJsland was en het eiland onafhankelijk van Denemarken verklaarde. Daarvoor had deze kruising van een 19de-eeuwse Forrest Gump en de amorele Barry Lyndon (film van Stanley Kubrick) aan de andere kant van de wereld de Tasmaanse hoofdstad Hobart mee helpen stichten.
Na een carrière als Brits geheim agent op het Europese vasteland, met bezoek aan het slagveld in Waterloo, Goethe en maarschalk Blücher, heeft Jørgensen zijn gok- en dranklust niet onder controle, wordt in Londen voor diefstal van beddengoed veroordeeld en belandt ten slotte weer in Hobart, ditmaal als convict. Daar hakt hij zich, eenmaal vrij, met gevaar voor eigen leven een weg door de onontgonnen wildernis en trouwt met een Ierse helleveeg. Samen met haar is ‘His Icelandic Majesty’ afgebeeld op een door convicts gebouwde stenen brug in het plaatsje Ross, Tasmanië.
Gedurende dit turbulente leven schreef Jørgensen in diverse gevangenissen het ene boekwerk na het andere, over zeer verschillende onderwerpen, doorgaans onbetrouwbaar en grotendeels verloren gegaan, en manifesteerde zich ook als verdienstelijk tekenaar/schilder.
Voor het eerst las ik over het leven van Jørgensen in de roman Blindelings (2005) van de uit Triëst afkomstige schrijver Claudio Magris. Een psychiatrisch patiënt vertelt daarin dat hij zich nu eens verbeeldt dat hij Jørgen Jørgensen is dan weer de Italiaanse communistische kapitein Salvatore Cippico die bij maarschalk Tito in ongenade is gevallen en naar een Joegoslavische goelag is verbannen. Jørgensens leven fascineerde mij: hoeveel avontuur past er in één mensenleven van 61 jaar? Heel veel, zo blijkt toen ik een Engelse biografie van hem las.
Voor zover mij bekend, is er in Nederland nooit iets gepubliceerd over Jørgen Jørgensen.
Een uitgebreid verhaal over deze fascinerende figuur lees je hier.
Nepgrens tussen Tsjechoslowakije en West-Duitsland
Tussen 1948 en 1951 legde de Tsjechoslowaakse geheime dienst StB op een paar honderd meter vóór de Boheems-Beierse grens een tiental nepgrenzen aan, met echte slagbomen en Amerikaans-Duits ogende douanekantoren. Die waren opgetuigd met Stars and Stripes, portretten van Amerikaanse presidenten, sigaretten en whisky, Zwitserse chocolade voor de kinderen en als Amerikanen of Duitsers verklede douaniers en CIA-agenten. Die wilden de vluchtelingen doen geloven dat ze al in het Vrije Westen waren.

Buiten adem en nog stijf van de adrenaline vertelden die vluchtelingen honderduit over wie hen had geholpen, wie nog meer van plan was te vluchten en hoezeer ze het communisme haatten. Vervolgens werd hun gevraagd een protocol te ondertekenen, dat kort daarop als bewijslast tegen hen werd gebruikt nadat de StB’ers hun verteld hadden dat ze nog steeds op Tsjechoslowaakse grondgebied waren. Toch werden ze wegens illegale grensoverschrijding gearresteerd, ook al hadden ze nooit een voet op Beierse bodem gezet. Tientallen van hen verdwenen jarenlang in kampen en gevangenissen. Sommigen waren zelfs door StB’ers verleid te vluchten, zodat die, na hun arrestatie, al hun bezittingen konden inpikken. De slachtoffers bleven hun hele leven wroeging houden omdat ze, in hun opwinding over het idee dat ze het Vrije Westen hadden bereikt, de namen van hun familieleden en vrienden aan de StB hadden verraden.
In Historisch Nieuwsblad van februari 2025 is het verhaal te lezen. Klik HIER.
Een uitgebreidere versie ervan vind je op mijn website Mensch, ist doch alles Geschichte! Klik HIER.
Kwakzalvers in het Vaticaan bij de dood van paus Pius XII
Op de website van Historisch Nieuwsblad is vanaf 21 april 2025, de dag dat paus Franciscus overleed, mijn verhaal te lezen over de corrupte lijfarts van paus Pius XII, wiens lichaam na een mislukte balseming ontplofte. Het is een reconstructie van het sterfbed van paus Pius XII in oktober 1958, diens geloof in hoogst twijfelachtige alternatieve geneeskunde en de faliekant mislukte balseming van zijn stoffelijk overschot.

Het medisch geblunder zou Pius letterlijk nog NA zijn dood aan den lijve ondervinden. Het leidde tot de ‘snelste en meest weerzinwekkende ontbinding in de geschiedenis van de forensische geneeskunde’. Pius’ lichaam was zo opgezwollen dat het in de kist in Rome voor velen hoorbaar ontplofte. Wat volgde, was enorm gehannes om wat er van hem nog over was weer op te lappen, terwijl de Zwitserse gardisten die de wake bij het lijk hielden, flauwvielen van de stank. Sic transit gloria mundi.

Heel bijzonder was verder de aanwezigheid aan het Vaticaan van dr. Paul Niehans, ‘de meest controversiële arts ter wereld’ (The Washington Post). Die had Pius eerder al geïnjecteerd met verse cel-extracten van de hypothalamus en bijnieren van lammetjesfoetussen (Frischzellentherapie!). Daar maakte hij wereldwijd reclame mee, met groot commercieel succes (met dank aan de dweepzuchtige katholieke media die hem als een genie betitelden). Maar de therapie werd in Europa en de VS verboden.
Lees het hele verhaal HIER.
Overleden in 1919 tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoe kan dat?
Op het Schotse eiland Lewis, een van de onherbergzame Outer Hebrides aan de periferie van het Verenigd Koninkrijk en zelfs van Schotland, vind je grafstenen met de intrigerende tekst: ‘A Sailor of the Great War’ met als overlijdensdatum 1 januari 1919. Iedereen weet dat er op 11 november 1918 een einde was gekomen aan de Eerste Wereldoorlog (die veel Britten aanduiden als ‘The Great War’).

Achter die grafstenen gaat een bijna niet te vatten tragedie schuil die Lewis, dat aan het begin van de 20ste eeuw 29.000 mensen telde, volledig zou ontwrichten. Meer dan 200 mannen die vier jaar oorlog in de modderige loopgraven van Noord-Frankrijk en België hadden overleefd, verdronken toen hun schip in de nieuwjaarsnacht, letterlijk in het zicht van hun thuishaven Stornoway, op de rotsen liep en verging. Lees er HIER meer over op de website van Historisch NIeuwsblad.
De overeenkomst tussen Tsjechische Start-sigaretten en Victory Cigarettes uit Orwells 1984
Toen ik begin jaren tachtig in communistisch Praag ging studeren en nog gewend was in Nederland en Frankrijk sans gêne de ene gitane na de andere gauloise op te steken, moest ik wel, op grond van de mij toegekende studiebeurs, mijn toevlucht nemen tot de goedkoopste Tsjechische sigaretten van die tijd, die van het merk Start. Sigaret is een te eervolle aanduiding van deze slecht brandende en stinkende papierrolletjes gevuld met kruimels tabak die in de fabriek waarschijnlijk van de vloer waren geveegd bij het produceren van echte sigaretten.
Een passage bij het herlezen van George Orwells klassieker Nineteen Eighty-Four bracht mij meteen terug naar mijn studietijd in Praag in 1980 en 1981/82. Aanleiding: sigaretten van dubieuze kwaliteit.
Lees HIER over de Kunst van het Roken en het Lezen in het ‘reëel bestaande socialisme’, waar George Orwells wereldberoemde roman tot halverwege 1989 nog als ‘staatsfeindliches Hetzschrift’ werd aangemerkt.
Op 21 augustus 1968 maakten tanks een einde aan de Praagse Lente
In 2018, in de aanloop naar de vijftigste ‘verjaardag’ van de invasie door Warschaupactlanden van Tsjechoslowakije, kreeg ik contact met Peter Bielik, een bekend gezicht op de landelijke Slowaakse televisie als moderator en presentator van politiek-maatschappelijke programma’s – een beetje als Nieuwsuur-anchor Jeroen Wollaars op de Nederlandse televisie. Bielik vertelde mij het indrukwekkende verhaal over de foto die zijn vader op 21 augustus 1968 had genomen van een man die met ontblote borst de Russische bemanning van een tank uitdaagt. Vijf dagen later stond die foto, volgens Time/Life een van de 100 Photographs That Changed the World, zonder credits voor Ladislav Bielik op de voorpagina van The New York Times. Hoe dat kon gebeuren, leest u hier.

De Tsjechoslowaakse geheime diensten probeerden tevergeefs de negatieven van de foto te bemachtigen, maar zoon Peter vond ze samen met zijn moeder ten slotte eind 1989 in een beschimmelde koffer. Vervolgens stelde hij zich ten doel de rechten op die foto langs juridische weg terug te krijgen en zijn vader de eer te gunnen die hem toekwam. En met succes. Lees hier Vechten om het recht op vaders beroemde foto.
Dean Reed – ‘der rote Elvis’
Op 23 januari 2003 vond er een ontmoeting plaats in restaurant Guy aan de Jägerstraße in Berlin-Mitte tussen twee onwaarschijnlijke eters: filmacteur en regisseur Tom Hanks en de laatste partijchef van de DDR, Egon Krenz. Waarover spraken zij, vroeg iedereen zich af.
Egon Krenz had even verlof van de 6,5 jaar gevangenisstraf die hij op dat moment uitzat omdat hij schuldig was bevonden aan de dood van vluchtelingen bij de Berlijnse Muur. Hij bleek een kennis te zijn geweest van de Amerikaanse cowboy, zanger en acteur Dean Reed (1938–1986), en daar wilde Hanks meer van weten. De gelauwerde Amerikaanse acteur liep al enige tijd met het idee een film te maken over Reed. Die er uiteindelijk niet is gekomen.
In het voormalige Oostblok hoefde je niemand te vragen wie Dean Reed was, in West-Europa was hij nagenoeg onbekend. Vreemd voor een Amerikaanse protestzanger. De in Denver geboren Reed was als een middelmatige zanger in de jaren zestig populair geworden in de Verenigde Staten en in Italië, waar hij speelde in een twintigtal B- en C-films en Duitse westerns als I nipoti di Zorro (De neven van Zorro, 1968), Blutsbrüder (1975) en Sing, Cowboy, Sing (1981). In 1971 trad hij op in Chili op de dag dat Salvador Allende in Santiago als president werd ingezworen, en zong verder in diverse Zuid-Amerikaanse steden en in Moskou en andere communistische landen. Steevast protesteerde hij tegen de oorlog in Vietnam, Amerikaanse kernproeven en Amerikaanse bemoeienissen in Zuid-Amerika. Dat maakte hem reuze populair in het Oostblok, vooral bij de machthebbers.
In 1972 vestigde Reed zich vrijwillig in de DDR. Vanaf dat moment ontbrak hij op geen enkel vredesfestival dat de communisten organiseerden of anti-Amerikaanse demonstratie. Daarmee fungeerde hij als ideaal excuus voor de kameraden in de SED om aan te tonen dat het met de kunsten en vredeswil wel snor zat in de DDR en dat de echte oorlogshitsers in het Westen zaten. De Amerikanen moesten niets meer van hem hebben.

Voor de zekerheid behield Reed overigens wel zijn Amerikaanse staatsburgerschap, zodat hij af en toe in West-Berlijn wat nieuwe snaren voor zijn gitaar en andere inkopen kon doen of op vakantie kon gaan naar de Verenigde Staten. Hij identificeerde zich echter zozeer met het DDR-bewind dat hij vanaf 1976 onder de naam ‘Victor’ als informant ging werken voor het ministerie van Staatsveiligheid (Stasi). Inmiddels was hij getrouwd en de daaropvolgende jaren niet meer van de podia en televisies in heel Oost-Europa weg te slaan. Het leverde hem bijnamen als ‘der Rote Elvis’ op.
Wat meervoudig Oscarwinnaar Tom Hanks vooral interesseerde tijdens zijn lunch met Egon Krenz, was de manier waarop Dean uiteindelijk aan zijn einde is gekomen: verdronken, zonder verwondingen aan of alcohol in zijn lijf, op 13 juni 1986 in de Zeuthener See bij Berlijn. Was het zelfmoord of een duistere actie van de Stasi?
Wat Krenz, die Reed kende maar van Hanks nog nooit gehoord had, hierover wist, wilde Hanks na afloop van de lunch niet vertellen. Evenmin heeft hij ooit de hoofdrol in een film over de ‘rode cowboy’ gespeeld.
‘De wildste complottheorieën’
Bij nieuwsberichten de afgelopen weken over de mislukte moordaanslagen op respectievelijk premier Robert Fico van Slowakije (15 mei) en oud-president Donald Trump van de Verenigde Staten (13 juli) valt op dat de media er als de kippen bij zijn om te melden dat over die aanslagen en de mensen en/of organisaties die erachter zouden zitten ‘de wildste complottheorieën de ronde doen’. Ik vraag me af of de media zich realiseren in hoeverre ze zelf de versterker van die theorieën zijn, of door warhoofden worden gebruikt om hun onzin wereldkundig te maken.
Uit overzichten in onder andere het Historisch Nieuwsblad over al dan niet gelukte moordaanslagen op Amerikaanse presidenten, blijkt immers dat het altijd gaat om psychisch gestoorde, labiele of zwaar gefrustreerde individuen. En ook de aanslagplegers in Handlová, Slowakije, en Butler, Pennsylvania, handelden op eigen houtje en waren niet de stromannen of zetbazen van een of andere internationale samenzwering of uitvoerders van een masterplan van de oppositie of vreemde mogendheid. Dat trouwens gold in Nederland jaren geleden ook voor Volkert van der G.
Het exceptionele trekt nu eenmaal altijd meer aandacht in de media dan het gewone. Een spectaculair ongeluk heeft altijd meer nieuwswaarde dan een bijna-ongeluk, laat staan ongelukken of aanslagen die voorkomen zijn. Met de opkomst van social media zijn de sluizen van het onwaarschijnlijke helemaal opengegaan en kan iedereen de wildste fantasieën en complottheorieën de wereld in slingeren. Vaak in de hoop dat ze door anderen worden opgepikt. Filters als die van een ter zake kundige redactie op een uitgeverij of bij een dagblad, die er vroeger voor zorgden dat de grootste onzin in ieder geval niet prominent in het nieuws kwam, zijn er niet meer of doen hun werk niet meer naar behoren. X rules! Eerst schreeuwen, dan denken, al is voor dat laatste vaak geen tijd omdat de volgende verontwaardigde of woedende reactie al weer moet worden gepost.
De rationele argumenten waarom die fantasieën niet deugen, zijn veel minder nieuwswaardig dan de fantasieën zelf. Dus als een of andere toetsenbordridder ergens hoog in de Tatra of deep in the American Heartland een waanzinnige theorie de wereld in slingert over de achtergronden van een politieke moordaanslag, en de traditionele media pikken dit op (‘de wildste verhalen doen de ronde’), versterken ze daarmee alleen maar dat idee en maken ze die fantasieën nog nieuwswaardiger. En hoe vaker er over die fantasieën wordt bericht, hoe meer ervan blijft hangen en hoe meer andere idioten zich aangemoedigd voelen soortgelijke of – liever nog – nog extremere gedachtespinsels op internet te smijten. Die komen er dan ook altijd.
Een kant-en-klare oplossing hiervoor heb ook ik niet. Maar als voormalige binnen-buitenlandredacteur bij een regionale krant heb ik wel geleerd terughoudend te zijn bij het melden van extreme berichten. Voor je het weet, word je de versterker van die berichten afkomstig van social media. En daar hebben veel gebruikers al lang geleden de scheiding tussen mening, analyse en feiten losgelaten. Een reden te meer om ze met scepsis te bekijken.
‘Het zwarte gat’ van politiek gewelddadig Slowakije
Hoe grillig, en gewelddadig de Slowaakse politiek is, bleek weer eens op 15 mei 2024, toen de langst dienende premier van Europa, de Slowaakse links-populistische Robert Fico, het slachtoffer werd van een moordaanslag in Handlová, een plaats ruim 150 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Bratislava. Fico is sinds oktober 2023 premier van Slowakije. Het is zijn vierde termijn als premier, nadat hij tussen 2006 en 2010 (één termijn) en tussen 2012 en 2018 (twee termijnen) al als premier diende. De bewonderaar van Viktor Orbán en Donald Trump vocht, na getroffen te zijn door een viertal kogels die van dichtbij op hem werden afgevuurd, voor zijn leven in het ziekenhuis van Banská Bystrica maar bleek de aanslag te overleven.

De moordaanslag werd gepleegd door een 71-jarige ‘amateurschrijver’ Juraj Cintula, die verklaarde dat hij tegen de plannen van Fico was om een speciaal bureau ter bestrijding van politieke corruptie te sluiten en de publieke omroep in Slowakije te muilkorven. De aanslag komt ruim zes jaar na de moord op journalist Ján Kuciak en zijn verloofde Martina Kušnírová. Kuciak deed onder andere onderzoek naar de connecties van zakenman en tycoon Marián Kočner en diens banden met de Calabrische maffiatak ’Ndrangheta. De massale verontwaardiging over deze moorden was zo groot dat Fico zich gedwongen zag af te treden. Maar kijk, eind 2023 maakte hij de zoveelste comeback en werd weer premier van het sterk gepolariseerde land.
Madeleine Albright, de in Praag geboren oud-minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, omschreef Slowakije in 1997 eens als ‘het zwarte gat van Europa’ na de ontvoering van de zoon van toenmalig Slowaaks president Michal Kováč en de moord op een hoofdgetuige in die zaak, voormalig politieagent Róbert Remiáš. Ze kon niet vermoeden dat dit nog maar het begin was van een gewelddadige periode in de Slowaakse geschiedenis, die haar voorlopig dieptepunt lijkt te hebben bereikt met de aanslag op Fico.
Lees HIER meer over de turbulente geschiedenis van Slowakije.
‘England’s best loved German’: Jürgen Klopp?
Op zondag 19 mei 2024 was Jürgen Klopp (1967) voor het laatst trainer (manager) van Liverpool FC, de club waarmee de Duitser de afgelopen negen jaar talloze nationale en internationale titels wist te winnen, maar vooral de harten van de fans. De populariteit van ‘the normal one’ (een sneer naar de zichzelf ‘the special one’ noemende José Mourinho) kende geen grenzen aan de Mersey. Zijn opvolger Arne Slot, oud-trainer van Feyenoord, had een paar grote schoenen om te vullen, maar slaagde daar bijzonder goed in.

Qua populariteit kent Klopp in deze hoek van het Verenigd Koninkrijk een illustere voorganger. In de jaren vijftig stond een gewezen en krijgsgevangen genomen Hitlerjunge bij Manchester City onder de lat die het schopte tot de populairste keeper van ‘The Blues’ en een legende zou worden in de geschiedenis van de FA Cup: in de finale ervan uitspeelde hij met een gebroken nek. De bepaald niet bescheiden en zelden met complimenten strooiende Russische doelman Lev Jasjin kende maar twee keepers van wereldklasse: Lev Jasjin en Bert Trautmann.
Over zichzelf zou Bert Trautmann (‘Traut the Kraut’) later zeggen: ‘Ik werd als Duitser geboren, maar in mijn hart ben ik Brit geworden.’ Lees HIER over hoe een fanatieke nazi dankbaar was voor zijn heropvoeding en ‘Engeland’s best loved German’ werd.
Onzekere tijden voor Slowakije
De zwartste bladzijde in die Slowaakse geschiedenis is die van de met de nazi’s collaborerende regering van monseigneur Jozef Tiso in de Tweede Wereldoorlog. De meest recente schandalen zijn de aanslag op premier Robert Fico in mei 2024 en de moord op een jonge journalist en zijn verloofde in 2018, die tot grote beroering en massademonstraties leidde in het Midden-Europese land. Maar Slowakije beleefde ook voorspoedige tijden en gold in de jaren negentig zelfs als een van economische tijgers van Europa. Nu eens waait er een progressieve westenwind, dan weer steekt er een gure storm op uit een links-populistische en nog altijd corrupte hoek.

In juni 2024 treedt Zuzana Čaputová (foto) af als president van Slowakije. De afgelopen vijf jaar was de voormalige juriste en milieuactiviste (‘de Slowaakse Erin Brockovich’) een liberaal lichtpunt in de verder door vrienden- en familierelaties getekende Slowaakse politiek. Het presidentschap heeft in Slowakije een vooral ceremoniële maar ook een moreel-constitutionele functie, waarmee een links-populist als premier Robert Fico nog enigszins in toom kon worden gehouden.
Nu Fico’s comrade-in-arms Peter Pellegrini vanaf juni 2024 het presidentschap van Čaputová overneemt, ziet het ernaar uit dat Slowakije nog verder afglijdt in het illiberale, pro-Russische moeras dat Viktor Orbán in buurland Hongarije heeft aangelegd en waarin Fico cum suis zich thuis voelt. Niettemin ging de Slowaakse regering half juni 2024 als voorlaatste akkoord met de benoeming van Mark Rutte tot secretaris-generaal van de NAVO.
Met een aanslag op Fico op 15 mei, waarbij Fico zwaar gewond raakte maar overleefde, is de politieke situatie in Slowakije nog onzekerder geworden en dreigt verdere escalatie van geweld.
Lees HIER over Het verdriet van Slowakije, (recente) hoogte- en dieptepunten van de geschiedenis van dit Midden-Europese land.
Antonín Dvořáks Opus 96 onverminderd mooi
Op zondag 14 april 2024 speelde het Ragazze Kwartet in het tv-programma Podium Klassiek het Lento (tweede deel) uit het twaalfde strijkkwartet, Opus 96, van Antonín Dvořák, bijgenaamd het Amerikaans Strijkkwartet. Het publiek reageerde enthousiast. ‘Mooi gespeeld,’ zou Paul Witteman droogjes maar daarom niet minder waarderend zeggen.
Dvořák schreef het stuk meer dan 130 jaar geleden tijdens zijn verblijf in het zeer landelijke plaatsje Spillville, Iowa. De muziek weet mij keer op keer te ontroeren. Tijdens mijn studie in Praag heb ik het ook een aantal malen gehoord, soms samen met een Praagse violist die Nederlands van mij wilde leren. Tien jaar later besloot ik een novelle te schrijven naar aanleiding van dit meesterwerk.
Die novelle kunt u HIER lezen.

Een verhaal over het verblijf van Antonín Dvořák in de Verenigde Staten en zijn cadeaus aan Amerika is HIER te lezen.
De Tsjechische Geheime Dienst

Begin april 2024 werden diverse Europese landen opgeschrikt door een bericht van de Tsjechische Geheime Dienst waarin melding werd gemaakt van cash-betalingen door Rusland aan bevriende Nederlandse en andere Europese politici met als doel beïnvloeding van de Europese Verkiezingen in juni 2024. Hoofdrolspeler is Voice of Europe, een in Praag gevestigde nieuwssite die in diverse talen, waaronder het Nederlands, Kremlin-vriendelijk nieuws en desinformatie verspreidt en zo hoopt verwarring en onenigheid te zaaien in Oekraïens-gezind Europa.
Voor een keer toont de Tsjechische Geheime Dienst, tegenwoordig Bezpečnostní informační služba (Veiligheidsinformatiedienst; BIS) geheten, zich op de hand van het Westen, althans in de ogen van westerse landen. In het communistische verleden, toen deze dienst nog Státní bezpečnost (Staatsveiligheid; StB) heette, deed ze in perverse doortastendheid niet onder voor haar Oost-Duitse evenknie Stasi.
Op deze site vind je HIER een verhaal over het optreden van de StB in een zaak rond een vermeend wonder in een plattelandskerk, waarbij de lokale geestelijke ten slotte dood werd gemarteld door agenten van de StB.

Een ander verhaal, waarvan een kortere versie in februari 2025 verscheen in Historisch Nieuwsblad (klik HIER), gaat over een tiental nepgrenzen die de StB tussen 1948 en 1951 op een paar honderd meter vóór de Boheems-Beierse grens aanlegde, met een Amerikaans-Duits ogend douanekantoor met Amerikaanse vlaggen, sigaretten en whisky, en als Amerikanen of Duitsers verklede douaniers en CIA-agenten die vluchtelingen wilden doen geloven dat ze al in het Vrije Westen waren. Stijf van de adrenaline vertelden die honderduit over wie hen had geholpen, wie nog meer van plan was te vluchten enzovoort. Vervolgens werd hun gevraagd een protocol te ondertekenen, dat kort daarop als bewijslast tegen hen werd gebruikt nadat de StB’ers hun verteld hadden dat ze nog steeds op Tsjechoslowaakse grondgebied waren en werden gearresteerd. Tientallen van hen verdwenen jarenlang achter de tralies, ook al hadden ze aanvankelijk nooit het plan gehad communistische Tsjechoslowakije te ontvluchten. Ze werden door StB’ers verleid te vluchten, zodat die, na hun arrestatie, al hun bezittingen konden inpikken.
In Nederland is nog nooit aandacht aan deze Operatie Grenssteen geschonken. Eind februari 2025 verschijnt op deze site een lange versie van deze perverse acties van de StB.
Ruim 100 jaar geleden overleden Franz Kafka en Jaroslav Hašek
In 2024 wordt, vooral in de Duitstalige wereld, herdacht dat honderd jaar geleden de joods-Duitse Praagse schrijver Franz Kafka overleed. Een jaar eerder werd, zeker in de Boheemse landen, herdacht, dat honderd jaar geleden Jaroslav Hašek, de geestelijk vader van de Brave Soldaat Švejk, overleed. Beide auteurs waren in 1883 in Praag geboren. Een groter verschil in karakter is moeilijk denkbaar, en of de beide auteurs elkaar ooit hebben ontmoet is, gelet op hun levensstijl, twijfelachtig. Toch worden ze soms in de literatuurwetenschap aangeduid als ‘paradoxale tweelingbroers’.

Stel je eens voor: een ontmoeting op de Praagse Karelsbrug, onder het toeziend oog van alle brugheiligen, tussen Josef K. uit Kafka’s Der Prozess en Josef Švejk op weg naar de dienstkeuring. Lees hier over die virtuele ontmoeting.
Reportage over ‘feestelijkheden’ rond 40ste verjaardag van de DDR
Eind september 1989 meldde ik mij op de ambassade van de DDR in Den Haag met het verzoek om als journalist de 40ste verjaardag te mogen meemaken van de DDR. Dat mocht, ik werd geaccrediteerd. Overigens was ik niets te laat. Het bizarre feest vond op 9 oktober plaats, een maand later was van de ‘eerste arbeiders-en-boerenstaat op Duitse bodem’ bijna niets meer over.

Terwijl de communistische hoogwaardigheidsbekleders feestvierden, reden achter hun rug de vrachtwagens met gewapende Vopo’s en soldaten rond om protesten in de kiem te smoren. Maar de geest was voorgoed uit de fles, nu tienduizenden DDR-burgers het land al waren ontvlucht via de Praagse ambassade en het gat in het IJzeren Gordijn in Hongarije.
Een van de grote wonderen van het annus mirabilis 1989 is dat er ten slotte geen grote gevechten zijn uitgebroken tussen regeringsgezinden en demonstranten, maar dat het communistische systeem, dat op het oog zo stabiel was, bijna letterlijk als een kaartenhuis ineenstortte.
Kenmerkend voor die implosie waren de deconfiture en het vertrek van partijleider Erich Honecker. Toen was er geen houden meer aan. Mijn reportage, die twee weken na het feest verscheen en nog geen twee weken voor de val van de Muur, is HIER te lezen.
‘Democratie loopt op Baťa-schoenen’
Een van de leukste en spannendste reportages die ik heb gemaakt, ging over het schoenenconcern Baťa. Maandenlang deed ik in Nederland in de jaren 1980 voor Intermediair onderzoek en, me voordoend als naïef bezoeker, nam ik een kijkje in de nog communistische schoenenfabriek Svit in Gottwaldov (voorheen en nadien Baťa in Zlín). Eind jaren 1980 leek het nog steeds een Amerikaanse company town, maar dan sterk in verval. Het hoogtepunt van het bezoek was een rit in de directeurslift, een reusachtig gevaarte van 5 bij 6 meter, inclusief telefoon, wastafel en archief. Van achter zijn bureau kon de baas de knoppen bedienen en de productie-etages met een onverwacht bezoek overvallen. Bij elke demonstratie voelde de Tsjechische gids die toentertijd de lift in het schoenenmuseun bediende, zich heel even de oude kapitalistische directeur.
Baťa, een ondernemersnaam in Tsjechië/Tsjechoslowakije die minstens zo groot was als die van Philips in Nederland, was volledig uit het straatbeeld weggevaagd.

Maar na de val van het communisme in 1989 keerde die naam, net als de zoon van de Schoenenkoning, weer terug in Zlín, dat meteen de communistische naam Gottwaldov had laten vallen. Mensen stonden hutjemutje op elkaar om een glimp op te vangen van Thomas J. Bata, die vanuit Canada was gekomen om te zien wat er van het familiebedrijf in zijn geboorteplaats was overgebleven. Iemand had een spandoek meegenomen waar op te lezen stond: ‘Democratie loopt op Baťa-schoenen’.

Bij het overlijden in 2008 van de inmiddels met alle denkbare nationale eerbetonen overladen Schoenenkoning was er in Zlín een Thomas Bata University en vulden necrologieën hele pagina’s in de kranten.
De geschiedenis van de onderneming verdient volgens mij uitgebreid aandacht omdat ze er een was en is van immense politieke en sociale impact en grote commerciële creativiteit maar ook verwarrende familievetes en onverwachte filantropie. Baťa was en is veel meer dan alleen een schoenenfabriek.
Het grote verhaal over Baťa verscheen in januari 1988 in Intermediair. Na de val van het communisme in 1989 en bij de dood van Tomas J. Bata in 2008 heb ik vervolgverhalen gepubliceerd. In Archief op deze site heb ik die verhalen samengevoegd.
Horror en humor: een fataal mirakel
Het boek Mirákl van de Tsjechische auteur Josef Škvorecký gaat onder andere over het ‘Mirakel van Číhošť’, een plaatsje in het hart van Tsjechië waar in 1949 een ‘wonder’ plaatsvond in de dorpskerk. Om onverklaarbare redenen bewoog een kruisbeeld op het altaar. Was het een wonder, een slechte houtje-touwtjeconstructie van een populaire priester of een complot van het Vaticaan in samenwerking met de CIA en Wall Street?
Škvorecký liet zich door dit ‘wonder’ inspireren om een geweldige roman te schrijven, niet alleen over het lot van priester Toufar, Doufal geheten in zijn roman, maar ook over de ontwikkelingen in Tsjechoslowakije ten tijde van het ‘wonder’ van 1949, de Praagse Lente (het echte wonder?) en de eerste jaren na de ongevraagde ‘broederlijke hulp’ van de Warschaupactlanden. Een oer-Tsjechische mix van horror en humor. Tijdloze literatuur.
Toen ik het lot van Josef Toufar nader bestudeerde, stuitte ik op een bijzonder tragisch verhaal, waarin de Tsjechoslowaakse veiligheidsdienst StB een hoogst bedenkelijke rol speelde tegen de achtergrond van de antikerkelijke acties van het in 1948 via een staatsgreep aan de macht gekomen communistische regime. Als het niet zo tragisch was, zou je moeten lachen om de lullige propagandafilm die de StB van het ‘wonder’ maakte en waarvan ik een tweetal fragmenten in mijn verhaal heb opgenomen.
Lees Het wonder dat pater Toufar fataal werd, het verhaal dat ik er in 2024 over schreef, hier.